Onthulling 16e muurgedicht stichting ArchipelpoëZie

(verslag: Walter van Teeffelen)

Afgelopen zaterdag vond de onthulling van het 16emuurgedicht van de stichtingArchipelpoëZieplaats. De nieuwste locatie bevindt zich op de hoek van de Delistraat en de Koninginnegracht. Een pand van drie verdiepingen.

Bijna de hele gevel heeft ingemetselde wit geschilderde ramen. Genoeg ruimte voor diverse gedichten, maar in overleg met de gemeente was ervoor gekozen om op één van de blinde ramen een gedicht aan te brengen. De straat was al heel tevreden met dit exemplaar.

HTM trammetje

Het witte vlak op de begane grond helemaal rechts was afgeplakt met grijsbruin papier. Daaronder bevond zich het 16emuurgedicht. Toen ik aankwam bevond zich daar al een behoorlijke menigte mensen, in spannende afwachting van wat zou gaan gebeuren. Schuin over de straat hingen linten gekleurde vlaggetjes. Een zandkunstenaar, Jaap Tichler, was bezig aan definishing touchvan een zandsculptuur met een klassieke HTM tram van voor de oorlog.

Er stopte vervolgens een echte vooroorlogse HTM tram. Daaruit kwamen vele kinderen met hun knuffels, samen met twee muzikanten, duo Katakat, die zich al spelend naar de muur begaven. De tram had een hele tocht door de stad gemaakt, en de jonge gasten voor de onthulling waren op verschillende plekken ingestapt. Onderweg was er muziek, Katakat had zelfs een tramlied gecomponeerd.

Marco, samen met Mohana bewoner van het muurgedichtenpand, vertelde hoe een en ander tot stand gekomen was. Ze hadden flink gezocht naar een geschikt gedicht en een passende ontwerper. Het moest deze keer een gedicht speciaal voor kinderen zijn. Ze waren uitgekomen bij de kinderboekenschrijfster Lizette de Koning – auteur van de serie Job en Keetje– en ontwerpster Anne Ligtenberg. Ligtenberg had een speciaal ontwerp gemaakt dat ook geschikt was voor mensen met dyslexie.

Recordtijd

Het gedicht was tot stand gebracht in een recordtijd van drie maanden. Ruth van Rossum, voorzitter van de stichting ArchipelpoëZie, vertelde dat Mohana en Marco aanwezig waren bij de onthulling van het vorige muurgedicht, in de Batjanstraat. Daar gaven ze aan dat ze in hun straat, op hun huis ook een muurgedicht wilden. Er ontstond een enthousiast samenspel met veel creativiteit en daadkracht, dat ertoe leidde dat het gedicht nu onthuld kon worden.

Ook het aanbrengen van het gedicht ging in een recordtijd. Herman en Daan Fool (van Studio Güthschmidt) schilderden dit keer het gedicht live op de muur, om belangstellenden te laten ervaren hoe zoiets in zijn werk gaat.  Ze hadden het in  twee uurtjes voor elkaar. Daan Fool vertelde later hoe ze dit deden, en uit zijn verhaal bleek wat een vakmanschap gecombineerd met moderne techniek er bij hun werk komt kijken.

Firma Güthschmidt brengt het 16e muurgedicht aan
Firma Güthschmidt brengt het 16e muurgedicht aan
Firma Güthschmidt brengt het 16e muurgedicht aan
Firma Güthschmidt brengt het 16e muurgedicht aan
Firma Güthschmidt brengt het 16e muurgedicht aan
Firma Güthschmidt brengt het 16e muurgedicht aan
Firma Güthschmidt brengt het 16e muurgedicht aan
Firma Güthschmidt brengt het 16e muurgedicht aan
Firma Güthschmidt brengt het 16e muurgedicht aan
Firma Güthschmidt brengt het 16e muurgedicht aan

Gedichtenwedstrijd

Er was  ook een gedichtenwedstrijd georganiseerd op de Da Costaschool en het Haags Montessori Lyceum. Bij de onthulling werden de winnaars bekend gemaakt. Zij mochten hun eigen gedicht voorlezen. Juliet won de eerste prijs met Mijn knuffeltje, Emma de tweede met Mijn knuffelen Anouk (en Mia die er niet bij kon zijn) de derde prijs met Knuffel. De dochter van Marco en Mohana had ter gelegenheid van de onthulling ook een gedicht geschreven, dat ze voorlas: Lieve warme vriend, over… haar knuffel.

Dyslexie

De vormgever, Anne Ligtenberg, vertelde dat ze dyslexie heeft. Samen met collega-ontwerper Mats Horbach had ze een boek gemaakt om mensen  te laten zien en ervaren hoe het is om dyslectisch te zijn. Bij haar ontwerp voor het muurgedicht had ze ervoor gezorgd dat het goed te lezen was voor dyslectici. ”Ik heb een open lettertype gekozen en de ruimte tussen de regels groot gemaakt. De letters heb ik met de hand geschreven, elke letter anders. Het lijkt alsof de letters een beetje aan het dansen zijn.”

Martine Schaap van uitgeverij Ploegsma, de uitgever van de serie Job en Keetjevan Lizette de Koning, ging de onthulling verrichten. Dat deed ze samen met de winnaars van de gedichtenwedstrijd. Ze vertelde hoe ze zelf van gedichten was gaan houden. “Op de basisschool moesten wij als kinderen gedichten voorlezen. Ik koos het gedicht over Juffrouw Scholten die van de warmte was gesmolten op de Dam. Ze was zelfs uitgelopen, als boter. Ik vond het knap dat het woordje ‘uitgelopen’ in twee betekenissen was gebruikt. Ze was uitgelopen, zoals mensen bij het paleis op de Dam uitlopen om de koningin of koning te zien. En daarnaast was ze door de warmte ook nog eens uitgelopen. In het gedicht dat ik ga onthullen zit ook een woord met twee betekenissen. En ook nog een werkwoord dat eigenlijk niet kan. Grappig!”

Ze liep met de kinderen naar het gedicht en samen scheurden ze het papier weg. Daar stond het gedicht van Lizette de Koning.

Het was een stralende middag, door de heerlijke nazomerzon én door alle feestelijkheid. Muzikantenduo Katakat speelde na de onthulling nog vele vrolijke liedjes, eerst in het Nederlands en vervolgens in het Engels, terwijl alle aanwezigen nog lang napraatten over de hele gebeurtenis.

Het gedicht

 

Lijn 9


ik stapte uit

Konijn reed door

vergeten

in de tram

hij mist zijn linkeroor

en ik mis hem

 

 

Voor meer informatie over het Dyslexie boek van Anne Ligtenberg en Mats Horbach:

http://www.anneligtenberg.nl/dyslexie.html

Vijftiende muurgedicht in de Batjanstraat

Verslag: Walter van Teeffelen

De Stichting ArchipelpoëZie houdt het tempo er goed in. Afgelopen zaterdag was de onthulling van het vijftiende muurgedicht in de Batjanstraat, een zijstraat van de Riouwstraat.

Het weer was onverwacht zonnig. Het gedicht – in het Nederlands en het Engels – was al te zien, met eronder een rechthoekig kunstwerk dat ik door de grote menigte niet precies kon onderscheiden. Ongetwijfeld een werk van Jan Hein Schouw, bestuurslid van de Stichting.

Founding fathers

Een behoorlijke menigte had zich verzameld inclusief inmiddels de burgemeester, mevrouw Pauline Krikke, en de presentatie kon beginnen. Voorzitter Ruth van Rossum vergeleek de bijeenkomst met de première van een nieuwe productie, die, net als Joop van den Ende-producties, heel lang zal draaien. Ruth vertelde nam de aanwezigen mee in the making of, alles wat vooraf gaat aan zo’n première, door de personen voor te stellen die hierin belangrijke rollen vervulden.
“Het begon met het idee van de omwonenden. Men wilde graag een gedicht van de Haagse dichteres Pem Sluijter (1939-2007) hier op de muur. De founding fathers Clemens van Nispen tot Sevenaer, Bram Rutgers, en David Dunham, mobiliseerden de buurt en gingen aanvullende fondsen werven. ”

De muur

Immers, de beoogde muur moest eerst grondig onderhanden worden genomen: er moest een complete nieuwe onderlaag komen. Gelukkig toonde aannemer Rob Hoogendoorn – ondanks de krapte in de bouw – zich bereid het karwei te klaren. De letter die deze keer gekozen was, was de Flex van Paul van der Laan, een schreefloze letter die goed bij het gedicht Nachtbraak paste. Het ontwerp van het gedicht op de muur kwam weer van Wilmar Grossouw van De Ontwerpvloot en Herman en Daan Fool van Studio Guthschmidt hadden de gedichten op de muur geschilderd.

Vriendin Anastasia Hacopian

Nadat Ruth van Rossum de financiers (Gemeente Den Haag, Fonds 1818, Gravin van Bylandt Stichting en meer dan 100 mecenassen uit de buurt) had bedankt, was het woord aan Anastasia Hacopian, een goede vriendin van Pem Sluijter. Ze vertelde dat ze pas na haar dood de omvang van de persoon Pem Sluijter kon bevatten. “Haar nalatenschap ben ik nu, meer dan tien jaar later nog steeds aan het ontdekken.”

Pem Sluijter was journalist geweest, bij Het Parool. Anastasia: “Toen Pem bij Het Parool werkte, woonde ze in een studentenhuis aan de Amsterdamse Bloemgracht. Op een avond zat ze in het trappenhuis een appel te eten. Bram kwam thuis en ontmoette Pem daar. Hij vroeg haar om naar De Sociëteit te gaan. Daar werd Pem hartelijk begroet door de jonge mannen. Allemaal bekenden. In de woorden van Bram, ‘was ze gelijk weg’. Maar het verhaal eindigt goed. Om drie uur ’s ochtends liepen Bram en Pem samen door de straten van het nachtelijk Amsterdam naar huis. Dat deden ze vaker. Daar gaat het gedicht Nachtbraak over: de jonge, onbekommerde liefde. Als je het gedicht leest, loop je met dat stel mee. Je kijkt naar het weifelend daglicht en je wilt nog niet naar huis.
Dat gevoel kennen we allemaal. Het gevoel van vreugde dat zo sterk wordt, dat het je kwetsbaar maakt. Durf je in dat gevoel te duiken, kom je in een tijdloze kloof. Pem noemt het ‘een zweven in het niets’. Aan één horizon zie je het begin van ons bestaan, aan de andere horizon zie je het einde. Dat is de aangrijpende boodschap van dit gedicht:

Sterven en geboren worden
liggen in een wieg.

Ik zag Pem voor het laatst ruim tien jaar geleden. Ik was hoogzwanger. We zaten te lunchen en Pem vroeg me waar ik over schreef. Over mijn moeder, vertelde ik. Ze was net na twee lange jaren van ziekte overleden. Ik was niet verdrietig. Ik was opgelucht dat ze niet meer leed. Pem knikte en zei dat ze dit goed begreep.”

Een kleine maand later hoorde ze dat Pem was overleden. Anastasia schrok er niet van, want ze was ‘bevriend’ met de dood. Ze had haar moeder langzaam zien sterven en tijdens het verzorgen van haar baby vaak teruggedacht aan haar moeder. “Hoe vaak heb ik mijn baby verschoond met het gevoel dat ik naar het leven en de dood stond te kijken? (..) Hoe vaak heb ik als kersverse moeder aan de laatste regels van het gedicht gedacht?”

(Klik hier voor de volledige toespraak van Anastasia Hacopian)

De burgemeester

Het woord was aan burgemeester Pauline Krikke. Ze wandelde ’s avonds vaak nog een rondje, vertelde ze, en stuitte telkens weer op muurgedichten. Ze vond het mooi hoe een muurgedicht je altijd iets lijkt te zeggen wat past bij je stemming van het moment. Als ze een paar weken later weer langs een muurgedicht kwam waar ze al een keer eerder geweest was, sprak dat gedicht nog steeds aan, ook al was ze in een andere stemming. Een gedicht kan kennelijk meer associaties oproepen. Dat gold ook voor het gedicht Nachtbraak. Ze complimenteerde het bestuur van de stichting, de bewoners en iedereen die bijgedragen had aan de totstandkoming.

Pem Sluijters echtgenoot dankte de burgemeester en gaf haar twee bundels van Pem, Nachtbraak en Het licht van Attika. Zoon Theodoor droeg het gedicht in de Nederlandse versie voor en Anastasia Hacopian de Engelse versie. Het was tijd voor de onthulling en toen zag ik het kunstwerk beter: gouden ballonletters PEM in een fraaie gouden lijst.

Het gedicht:

Nachtbraak

Toen wij ongebreideld door jaren
dansten en praatten,
kwam onvermijdelijk het weifelend daglicht
onze kleine uren binnen.
Wij wilden niet naar huis en zagen
de nacht vervluchten.

Tijdstip gevuld met
het afwezige bestaan van
hemellichamen, zweven in het niets
gaf een schok van herkenning.

Sterven en geboren worden
liggen in een wieg.

– Pem Sluijter

En toen was het tijd voor de borrel.

Muurgedicht Peter Berger onthuld

Verslag: Walter van Teeffelen

Peter Berger was een markant persoon in Den Haag. En door de onthulling van het meest recente, alweer het 14e, muurgedicht van de stichting ArchipelpoëZie, kwam hij weer helemaal tot leven.

Op het Lissabonplein, te bereiken via een steegje van de Denneweg, was het gedicht nog verscholen achter een grote schildering van een kop thee – een verwijzing naar de theekopjes in het gedicht. De schotel was grijs, wit en blauw, de kop blauw en de thee geel en bruin. Het doek werd op spanning gehouden door drie cirkels en twee horizontale stukjes. Opnieuw een mooi kunstwerk van Jan Hein Schouw, bestuurslid van de stichting ArchipelpoëZie.

Bierviltjes

Ellen Fernhout, die Peter Berger goed gekend had, sprak het openingswoord. “Een muurgedicht van Peter op deze plek is een lang gekoesterde wens van de Haagse Kunstkring en het Buurtschap Centrum 2005. In dit gebied lagen de roots van Peter, hier kende hij vele mensen. Inmiddels is het 17 jaar geleden dat hij is overleden.”

Ze memoreerde de prachtige herdenkingsavond die na zijn overlijden werd gehouden met Tatiana Radier en Yvonne Keuls. “Peter’s poëzie is eigenlijk nooit weg geweest. Ruud Hisgen, mijn collega op de Haagse Kunstkring opperde zeven jaar geleden het idee om een gedicht van Peter Berger in ‘zijn’ buurt te plaatsen. Het moest zijn gedicht Lama’s zijn.”

Tot hun geluk kwamen ze in contact met de stichting ArchipelpoëZie. De stichting wilde graag meewerken. Fernhout: “Peter Berger zei over zijn dichterschap: ‘Het hoeft niet, maar ik zou ook niet zonder kunnen.’ Hij schreef overal en altijd gedichten. Op bierviltjes, vergaderstukken, in de marge van de krant, op suikerzakjes. Veel verdween er in de prullenbak. We hebben honderden kladjes gered. Het Lama-gedicht is begonnen op een suikerzakje.”

 

Eames Century Modern

Ruth van Rossum, voorzitter van de stichting, vond het fijn dat er zo veel mensen waren gekomen. “Het zaadje is geplant bij de onthulling van het tiende muurgedicht, in de Kanonstraat, hier vlak bij in Buurtschap Centrum 2005. Dit zien wij graag: initiatieven van mensen met een idee voor een gedicht in de openbare ruimte, en vervolgens gaan we samen optrekken. Twee dagen geleden was er op deze muur nog niets en ineens is het er. Ik vind het iedere keer weer magisch. Nu we al 14 muurgedichten hebben kun je je eigen wandeltocht langs de gedichtenmuren samenstellen: op onze site kun je zien waar de muurgedichten zich bevinden.”

Elk gedicht heeft een eigen letter. Dit keer was het de Eames Century Modern, ontworpen door Erik van Blokland. Van Rossum: “Een krachtige en prachtige letter, geïnspireerd door het werk van Charles en Ray Eames.“ Ze laat stoelen zien die door het echtpaar Eames werden ontworpen. Van Blokland studeerde op de Koninklijke Haagse Academie van Beeldende Kunsten en werkt er nu als leraar. Hij ontwierp een letter die zichzelf verandert, de Beowulf. Wilmar Grossouw, de vaste ontwerper van onze stichting, heeft bij Erik van Blokland gestudeerd.”

Erik van Blokland bij de muur met zijn Eames Century Modern

In zijn nopjes

In het panden rond het Lissabonplein zijn ateliers van beeldend kunstenaars gevestigd, onder andere dat van Paul Combrink. Dertien jaar lang was hij voorzitter van de Haagse Kunstkring. Nu kon hij vanuit zijn raam op de eerste verdieping uitkijken naar het gedicht. Hij had Berger goed gekend vertelde hij.

“Peter Berger was een bijzondere man”, begon hij. “Ik kan van alles over hem zeggen. Hij was een bekend brokkenpiloot. Hij zou helemaal in zijn nopjes zijn geweest dat een gedicht van hem hier op de muur is gekomen. Hij hoort hier, te midden van de beeldend kunstenaars. Hij heeft honderden recensies geschreven. Zijn krant, Het Vaderland, bevond zich hier om de hoek. Hij vond het erg dat de krant moest verdwijnen. Ik herinner me een stuk van hem in één van de laatste edities waarin hij de verantwoordelijke voor de krant vergeleek met Heer Bommel. Peter Berger, geboren in Abcoude, kwam op zijn 15e naar Den Haag, en met deze stad heeft hij zich vereenzelvigd.”

Combrink ging kort in op zijn literaire loopbaan. “Zijn eerste gedichtenbundel, Deze voorlopige naam, verschenen in 1962, kreeg de Anne Frank Prijs. Daarna volgden meerdere bundels en publicaties over beeldende kunst, over bijvoorbeeld Karel Appel en Piet Ouborg. Zijn cursiefjes zijn gebundeld in Alle mensen. Na zijn tijd bij Het Vaderland ging hij naar het ministerie van CRM/OCW om daar hoofd Letteren te worden. Daar bleef hij tot zijn overlijden. In het blad van de ambtenaren, de Cultuurbarbaar schreef zijn collega Chris Ronteltap: ‘Peter is een vat vol tegenstrijdigheden’. Dat begrijp ik. Hij was alles behalve een ambtenaar, een flamboyant type met een karakteristieke kop. En wat hij zei was raak, als hij wat zei bleef dat lang hangen.”

Koffertje geconfisqueerd

Combrink vertelt een anekdote over een journaliste die haar stukken baseerde op het confisqueren van koffertjes van bekende Nederlanders. Daar schreef ze dan een stukje over. “Zo maakte ze ook het koffertje van Peter Berger buit. Ze trof daarin slechts twee detectives aan. ‘Hoe kan het dat het hoofd Letteren van het Ministerie van Cultuur zulke flutromannetjes leest? Ik heb medelijden met de leraar die Peter Berger vroeger de Nederlandse literatuur heeft moeten bijbrengen.’ Twee weken later in de NRC was er ingezonden brief van de leraar van Peter Berger. ‘Ik heb nog steeds de beste herinneringen aan deze bijzonder goede leerling. Voor zijn eindexamen Gymnasium alfa haalde hij voor zijn mondeling een 10.’” Combrink had nog even gegoogled naar de naam van de journaliste. Zij bleek van beroep te zijn veranderd en zich nu bezig te houden met het vervaardigen van pasteitjes.

RAMP

Ruud Hisgen, schrijver, dichter en vertaler ging vervolgens klaarstaan om het gedicht onthullen. En of Berger er de hand in had, viel precies op dat moment het kunstwerk met de kop thee neer – Hisgen werd net niet geraakt. Hisgen, ad rem: ‘Ik ben blij dat Peter Berger zelf deze onthulling heeft gedaan.’

Hisgen vertelde blij te zijn dat het bestuur van de stichting had besloten dit gedicht op de muur te plaatsen. “Dit is een van mijn favoriete gedichten. In 1985 heb ik Peter Berger geïnterviewd voor het tijdschrift RAMP. Berger zei toen dat in poëzie de gewoonheid van dagelijkse dingen moet zitten. De paradox gewoon en bijzonder, daar gaat ’t bij hem om. Gedichten moeten er zo gewoon mogelijk uitzien.”

 

In een introductie bij de bloemlezing Paradox had Berger gezegd dat ‘de dichter mens moet worden tussen de mensen.’ Hisgen: Hij maakte deel uit van de generatie na de vijftigers, hij noemde het de tijd van de ‘romantische impasse’. Daartoe behoorden onder andere Kopland, Judith Hertzberger, Aad Nuis, K. Schippers, Johnny the Selfkicker, Bernlef en Jacq Hamelink. Berger zag de jongerenrevolutie opkomen. Daar zat spanning en er zat ook spanning in het ‘veld’ tussen zijn poëzie en het werk voor het ministerie. Hij zei altijd: ‘Een gedicht moet er in één keer uit komen. Je kunt nog wat priegelen met een paar woordjes, maar niet te veel.’ Hij zei te lui te zijn voor wat hij noemde ‘raadselpoëzie’.

Het Lamagedicht

Over naar het gedicht. Het had geen officiële titel, maar ging door het leven als het ‘Lamagedicht’. “Een typisch Berger gedicht. In 1980 wilde het tijdschrift RAMP een ‘Haagse Dames Nummer’ uitbrengen. We vroegen Peter om een bijdrage en hij kwam met dit gedicht.  Je kunt het op verschillende manieren lezen. Eigenlijk gaat ’t helemaal niet over lama’s, maar over Haagse dames. Hij vond ze soms irritant, ze hadden volgens hem een bepaalde mate van hypocrisie.“

We zien de tekst:

ik zag ze, op weg zijnde
naar Wassenaar
en ik zie ze nog deinen
door het verloren geraakte gedichtje
ter plekke op het verdwijnende suikerzakje

die lama’s op een gepacht stuk gras
die lama’s met hun ogen vol zachte verachting
het is ze aan te zien, ze kunnen spugen
zoals Haagsche Dames theedrinken

de bovenlip zo proevend gemaakt,

zo voor verfijning en weerzin;

zo ook ademen die lama’s
met kleine slokjes
zo ook lopen ze met reumatische  sierlijkheid
luxe kamelen
uit een ongeschoren vlakte

 

Hisgen ging nog op een paar aspecten in, te beginnen met het suikerzakje, waar Berger vaak gedichten op begon te schrijven. “Van eind jaren ’50 tot halverwege de jaren ’70 was de glorietijd van het suikerzakje. Ieder bedrijf liet een eigen suikerzakje drukken. Nu verdwijnt het langzaam als fenomeen.”

Dan de lama’s op de weg richting Wassenaar. “Hoe lang staan de lama’s langs de N44? Ze blijken er al te staan sinds 1900. Toen was het mode exotische dieren en planten te hebben. Ze zijn van de familie Jochems. Op dit moment worden de dieren door Cornelie Jochems verzorgd. Maar eigenlijk neemt Berger niet de lama’s, maar de Haagse dames op de korrel.”

Ten slotte zong gitarist Anne-Tjerk Mante, ook wel Amante, het Lamagedicht. Alhoewel het gedicht niet rijmde klonk het verrassend goed. Tot tweemaal werd het refrein herhaald.

Onthulling muurgedicht Vasalis

Verslag: Walter van Teeffelen

Afgelopen zaterdag, 8 juli, werd in de Kerkstraat een nieuw muurgedicht onthuld. Het was het gedicht ‘Zachter’ van Vasalis, waarin zij schrijft over strand, zee en een boom vol vogels. Voor het gedicht hing een zacht wiegend groen kunstwerk, als symbool voor de paradijsboom in het gedicht, gemaakt met groen gaas, groene buizen die eindigden in perfecte cirkels, en groene vogeltjes.

Was het een van de betere werken van Auke de Vries? Of was het wellicht gemaakt door de uitvinder van het Strandbeest Theo Jansen? Nee, het werk bleek te zijn gemaakt door Jan Hein Schouw, die deel uitmaakt van de Stichting ArchipelpoëZie. Het gedicht was alweer het dertiende in de reeks, vertelde Ruth van Rossum, de aanvoerder van de stichting.

Strand, zee, boom

We bleken ons te bevinden in een Haagse culturele Bermuda Driehoek, met achter onze rug het pand van Crossing Border, rechts de repetitieruimte van NT Jong, en vóór ons de witgeverfde muur met het gedicht en de paradijsboom. Het zonnetje scheen en mensen uit de buurt en erbuiten waren in flinke getale opgekomen.

Het gedicht was gekozen door de eigenaar van de muur, Pieter Hasekamp, zijn vrouw Katja en hun zoon Luc. Pieter Hasekamp: “We zijn gevraagd. We vonden het een leuk idee, want ons huis had een kale muur die vroeg om invulling. Een gedicht paste daar wel in, ook in deze omgeving. We kregen goede suggesties voor gedichten, maar zochten ook zelf. In de boekenkast van mijn ouders vond ik de bundel ‘Vergezichten en gezichten’ van Vasalis. Daarin las ik het gedicht ‘Zachter’ en ik wist meteen: dat is het. Het gaat over het strand, de zee, een boom, vogels, meeuwen. Het gedicht gaat met de titel en de oproep om meer te luisteren een beetje in tegen de tijdgeest, en dat leek me wel gewenst.”

De Lava

De letter van het nieuwe muurgedicht is de Lava, vertelde Ruth van Rossum. “Hij is ontworpen door Peter Bil’ak, die oorspronkelijk uit Tsjecho-Slowakije komt. Bil’ak, verbonden met de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten, werd geboren in 1973. Sinds 1999 heeft hij een eigen ontwerpstudio, Typotheque. Hij is een echte uomo universale. In 2004 ontwierp hij voor de PTT een iconische postzegel die een stilering is van Nederland, bezien vanuit een vliegtuig. In 2012 begon hij het magazine ‘Works that Work‘, waarvoor hij een nieuwe letter ontwierp. Dat is de letter die we gekozen hebben.” De keuze werd gedaan door Wilmar Grossouw, de ontwerper van de Stichting ArchipelpoëZie. Hij besloot de titel cursief te plaatsen, vanwege het ‘zachte’ van het gedicht.

Vader Leenmans

Maaike Meijer, Neerlandica en literatuurwetenschapper, specialist in gender en diversiteit, maar nu gepensioneerd, vertelde ons meer over Vasalis en haar leven. Ze schreef er een biografie over van maar liefst 898 pagina’s. “Vasalis is in Scheveningen geboren”, begon ze. “Haar vader, Hal Leenmans, was een veeleisende maar warme persoon. Hij onderwees geschiedenis aan het Gymnasium Haganum. Vaak wandelde hij met zijn dochter door deze buurt en dan vroeg hij haar ‘Wat lees je?’ Margaretha, vaker Kiekie genoemd, antwoordde dan bijvoorbeeld: ‘Herman Gorter’. Waarop haar vader reageerde: ‘Heb je nog niet het boek van Burckhardt over de ontwikkeling van de cultuur in de renaissance gelezen?’ ”

Vasalis’ ouders waren vrijzinnige socialisten. In Leiden ging Vasalis medicijnen studeren, en daarnaast etnologie, tegenwoordig is dat antropologie. Meijer: “Ze wilde tropenarts worden, weg uit burgerlijk Nederland”.

De waanzin

In haar dagboeken schreef ze: ‘Ich möchte mich verschwenden’, naar aanleiding van het bekende lied ‘Ich bin von Kopf bis Fuß’ van Marlene Dietrich. En ergens anders: ‘Ik zoek een ideaal, waar is het?’ Meijer: “Haar gedichten uit die tijd gaan over het zoeken naar de grens: de dood, geboorte, de zee. Ze kreeg les in psychopathologie en ontdekte de wereld van de waanzin, psychose en droom. Toen dacht ze: ‘Ik hoef niet meer naar de tropen. Het vreemde zit in onszelf.’”

Ze wordt psychiater in Santpoort. Ze is inmiddels getrouwd met Jan Droogleever Fortuyn. In de oorlog doet ze dingen in het verzet. Als haar zoontje sterft heeft ze daar veel verdriet van. Ze verwerkt het in gedichten. Maar naast verdriet is er ook plaats voor vreugde en vooral onverschrokkenheid. ‘Je moet voelen, daar gaat het om in het leven’, vond ze. Meijer: “Ze had twee levens: een buitenleven en een binnen-leven. De rode draad vormde het zoeken naar ontgrenzing. Op die manier kwamen bij haar dood en geboorte bij elkaar.”

Regressie

De stijlfiguur oxymoron, die twee tegengestelde dingen combineert, paste bij haar. “Ze was in zekere zin boeddhistisch, combineerde volheid met leegheid. Veel van haar gedichten kwamen voort uit haar dromen. Ze droomt de gedichten letterlijk, daarom komen ze zo natuurlijk over.”

Naar aanleiding van haar ervaringen in psychiatrisch ziekenhuis Santpoort schreef ze het gedicht ‘Idioot in het bad’. “Dat was een grenservaring van een patiënt die in het bad, als was het een baarmoeder, even tot zichzelf kon komen.  Zelfs had ze zo’n ervaring ook en schreef daarover ‘Regressie in de supermarkt’. Ze wilde even heel klein zijn en de hand van haar vader in haar nek voelen. Het gedicht ‘Ouderdom’ gaat paradoxalerwijs over een jong vogeltje dat op de rand van het nest staat, klaar om uit te vliegen. Vaak verschijnt haar moeder in haar gedichten, altijd rustig, altijd aanwezig als de zee.”

Vogels zingen een voor een

Het is tijd voor de onthulling van het gedicht.  Met een knip komt het kunstwerk, de groene paradijsboom, los en blijft mooi voor het gedicht schommelen.

Tot slot horen we Janne Schra het gedicht zingen, waarbij ze het refrein diverse keren achter elkaar herhaalt: ‘Vogels, die zingen een voor een, niet tegelijk, en luistrend naar elkaar.’

 

Twaalfde muurgedicht op muur Internationale Basisschool HSV

Verslag: Walter van Teeffelen

Vele tientallen kinderen van de Internationale Basisschool HSV aan de Nassaulaan waren met hun onderwijzers en diverse ouders present bij de feestelijke onthulling van het twaalfde muurgedicht.

Nog nooit waren er zoveel mensen van de partij bij de onthulling van een muurgedicht van de Stichting ArchipelpoëZie. Ook wethouder Ingrid van Engelshoven en Adrian J. Pratt, cultureel attaché van de Amerikaanse ambassade, waren erbij. De kinderen lieten bij de onthulling goed van zich horen. Twee meisjes en twee jongens reciteerden het gedicht Yesterday is History van de Amerikaanse dichteres Emily Dickinson.

Emily Dickinson

Het gedicht staat in twee versies op twee naastgelegen hoekmuren aan de achterkant van de school: de originele versie in het Engels en daarnaast, op de andere muur, de Nederlandse versie – een vertaling van Peter Verstegen. Vanaf de Mauritskade is het gedicht duidelijk te zien.

Toen Ruth van Rossum, voorzitter van de stichting ArchipelpoëZie, de jongens en meisjes vroeg wie zich weleens gewaagd had aan het maken van een gedicht, gingen vele vingers omhoog. Mooi, vond Ruth, want gedichten schrijven is spannend en opwindend. Ruth vertelde in het Engels dat Emily Dickinson in 1830 werd geboren. Ze was ongetrouwd en leefde als een kluizenaar om zich te wijden aan het schrijven. Ze schreef niet minder dan 1800 gedichten. Tijdens haar leven werden er maar zeven gepubliceerd, zonder dat haar naam daarbij genoemd werd nota bene. Pas na haar dood, meer dan 100 jaar later, kreeg ze de erkenning die ze verdiende.

De Caecilia

De letter is ontworpen door een echte professional, Peter Matthias Noordzij. “Hoe lang denken jullie dat hij erover heeft gedaan?” De antwoorden varieerden van een uur tot tien jaar. De laatste zat er het dichtstbij, want Noordzij had zo’n acht jaar aan de letter gewerkt. Van Rossum: “Hij noemde de letter Caecilia, naar zijn vrouw Cécile. Als je goed kijkt zie je dat lettertypen allemaal anders zijn, en net als mensen verschillende karakters hebben. Bij de Caecilia is elk onderdeel van de letter, ook de schreven, even dik. De meeste chocoladeletters die ter gelegenheid van Sinterklaas worden gemaakt zijn Caecilia letters.”

Schooldirecteur Frans de Jong gaf het woord aan wethouder Ingrid van Engelshoven. Zij vertelde erg blij te zijn, om een aantal redenen. Op de eerste plaats was er met het gedicht weer meer kunst in de openbare ruimte gekomen. “En een gedicht is ook mooi omdat het je aan ’t nadenken zet.” Vervolgens toonde deze gebeurtenis maar weer eens aan wat je kunt bereiken als buurt en school samenwerken. En tenslotte bevatte het gedicht prachtige woorden. “Woorden die ertoe doen, die iets toevoegen, vooral in een tijd waarin nogal ruw met woorden wordt omgegaan.”

Speciale song

De Jong: “Of we het allemaal precies begrijpen is wat anders, maar het is inderdaad een mooi gedicht.” Lorraine Dean, directeur van de internationale afdeling van de HSV, keek in de toekomst. “Over twintig of dertig jaar, als jullie al volwassen zijn, staat het gedicht er nog. Dit moment is voor jullie iets moois om later aan terug te denken.” Voor iedereen had zij een ansichtkaart met een foto van het gedicht en een afbeelding van Emily Dickinson. Ballonnen in groen en geel, de kleuren van de school, vlogen de lucht in, en daarmee was het gedicht officieel onthuld.
Meester Tom pakte ten slotte zijn gitaar voor een prachtig lied, speciaal voor de HSV gemaakt, wat alle kinderen uit volle borst zongen: ‘Stad waar paleizen staan, stad van de ooievaar, stad van ons allemaal’, met tussendoor ook nog enkele Engelse coupletten.

Everyone Sang: muurgedicht oorlog en vrede onthuld bij Vredespaleis

De onthulling van ArchipelpoëZie’s elfde muurgedicht op zaterdag 21 mei begon met een concert door Heleen van der Weel, beiaardier van het carillon van het Vredespaleis. Terwijl de zon doorbrak buitelden de klanken van het Vredescarillon over alle belangstellenden heen.
Het nieuwe muurgedicht is te bewonderen op de Burgemeester van Karnebeeklaan 3. ArchipelpoëZie wilde voor deze locatie, vlak bij het Vredespaleis, en vlak bij de plek waar vroeger Kunstzaal Kleykamp stond, een passend gedicht kiezen. Dat werd Everyone Sang. Het gedicht werd na het einde van de Eerste Wereldoorlog geschreven door de Engelse dichter Siegfried Sassoon. Sassoon nam in 1914 dienst in het Britse leger. Everyone Sang kan worden gelezen als gedicht over het einde van de oorlog, als viering van de vrede, of – de insteek van Sassoon – als visie op een betere wereld met gelijkheid en rechtvaardigheid voor iedereen.

Bijzondere gasten waren de heer Joris Wijsmuller, wethouder Stadsontwikkeling, Wonen, Duurzaamheid, Cultuur en Erfgoed; de heer Nick Heath, Plaatsvervangend Chef du Poste van de Britse Ambassade; de heer Jeroen Vervliet, Directeur Bibliothecaris van het Vredespaleis; en Bert Kepel, praeses van de Haagsche Studenten Vereeniging.

Wethouder Wijsmuller vond dat de muurgedichten een bijdrage leveren aan Den Haag als literaire stad. Jeroen Vervliet vertelde hoe het Vredespaleis in 1913 werd opgericht om het pacifisme, het internationalisme, en het geloof in Vrede door Recht gestalte te geven. De Grote Oorlog verstoorde deze vredesillusie. Vervliet memoreerde dat Nederland indertijd zo’n 1 miljoen vluchtelingen opnam, op een bevolking van ongeveer 7 miljoen. Voor de miljoenen slachtoffers van oorlogen spelen we op Vredescarillons, aldus Vervliet. “Laten we telkens bewust over de kans op vrede nadenken, hoop hebben. En laten we ons openstellen voor fysieke omgeving waarin wij ons bevinden, inspiratie ontlenen aan wat ons attendeert op vrede, zoals het iconische Vredespaleis, maar evenzeer door het dichtwerk van de ‘war poet’ Siegfried Sassoon met Everyone Sang.”

Nick Heath gaf vervolgens een indrukwekkende voordracht van het gedicht.
Tenslotte lieten de heren Wijsmuller, Heath, Vervliet en Kepel witte duiven opvliegen – als verwijzing naar de vogels in het gedicht van Sassoon, en als symbool voor vrede.

Bert Kepel (Haagsche Studentenvereeniging)
Jeroen Vervliet (Vredespaleis)
Joris Wijsmuller (wethouder gemeente Den Haag)
Nick Heath (Britse ambassade)

Verslag: Ruth van Rossum, Stichting ArchipelpoëZie

Alweer het tiende muurgedicht

Verslag: Walter van Teeffelen

Afgelopen zaterdag werd het tiende muurgedicht onthuld. Het tempo zit er goed in. Afgelopen juni waren we nog bij het negende. Het eerste buiten de Archipelbuurt. En ook dit gedicht, Laat van Leonard Nolens, bevond zich buiten de grenzen. Maar die grenzen mochten van velen wel opgeheven worden, kreeg ik het idee.

Terwijl de zon het gedicht op de zachtgele muur belichtte, ging Ruth van Rossum van de Stichting Archipelpoëzie terug naar het begin, in 2012. “Gilles Hooft Graafland kreeg het idee voor dit project. Bij ons eerste muurgedicht moesten we alles nog uitvinden. We zijn nu drie jaar verder en aanstonds is muurgedicht tien een feit.” Op weg naar haar werk fietste ze elke dag langs de Prinsessegracht, en op de hoek van de Kanonstraat zag ze altijd deze prachtige muur.

Buurtschap Centrum 2005

Een ideale muur voor een muurgedicht. Maar wie was de baas ervan? Ze ging zoeken op het internet en achterhaalde de eigenaar van het historische pand. Dat bleek Robert van Rossum van Van Rossum Vastgoed te zijn. Die vond het een mooi idee.

Theo Heere, voorzitter van Buurtschap Centrum 2005, sprak enthousiast over de nieuwe gedichtenmuur in zijn wijk. Hij had al ideeën voor volgende poëziemuren en hoopte op een goede samenwerking met de Stichting ArchipelpoëZie. Het buurtschap was voor hem “heilige grond”, zei hij. “Maar als het er inderdaad van gaat komen, moet dan de naam van de stichting niet veranderen?” Ook uit de buurt zelf was al een initiatief gekomen voor een nieuw muurgedicht, vertelde Ruth.

Eigen gedicht

Ruth van Rossum bedankte Wilmar Grossouw van de Ontwerpvloot. Hij was vanaf het begin betrokken en kwam ook met het idee om telkens een andere letter te gebruiken. Ook de Gemeente Den Haag werd bedankt, en Fonds 1818. Met hun financiële steun, en met de dichters Harry Zevenbergen en Diann van Faassen als trekkers, had de stichting nu een “educatiespoor”. Op 30 oktober krijgen de kinderen van groep zes van de Willemsparkschool de eerste poëzieles op basis van de muurgedichten.

Het woord was aan wethouder Baldewsingh. Hij had graag de portefeuille cultuur gehad, vertelde hij, maar dat was niet gelukt. Maar als wethouder van onder meer bewonersparticipatie kon hij toch culturele dingen doen. Gedichten (laten) maken bijvoorbeeld. “Den Haag ademt diversiteit, internationale sfeer én literatuur. Ik vind het belangrijk dat mensen creatief bezig zijn. Ik wil mensen verbinden aan de stad en aan elkaar. Literatuur is daarvoor een goed middel. Hoe meer poëzie in de openbare ruimte, hoe beter.” Vervolgens droeg hij uit zijn hoofd een eigen gedicht voor, over de zee.

Canonnen

Het lettertype van dit nieuwste muurgedicht was de DTL Documenta geworden. Ontwerper Frank E. Blokland, de opvolger van Gerrit Noordzij op de KABK, gaf een toelichting. Hij had in 1990 Dutch Type Library (DTL) opgericht, nu de grootste uitgever van letters in Nederland. In 1986 begon hij met het ontwerpen van de gebruikte letter. De outlineversie was in 1992 op de markt gekomen en meteen een succes geworden. De letter is gebruikt voor vele publicaties. De nieuwe Gotteslob, het gebeds- en gezangboek van de Katholieke kerk in Duitsland en Oostenrijk, is in deze letter gezet, en daarnaast is het de huisletter van allerlei culturele en overheidsinstanties. De letter is dan nu te zien in de Kanonstraat, maar ook de letterkunst heeft zijn kanonnen, vertelde hij verder. “Maar dat zijn canonnen met een c, gebruikt in missalen.” Hij sloot af met te vertellen dat hij afgelopen zomer nog weer nieuwe letters in de Documenta-familie had ontworpen. “Ik ben dus niet zo snel en heb de neiging om in onze tijd, waarin alles steeds sneller gaat, meer en meer de tijd te nemen. Het gedicht van Leonard Nolens dat hier wordt onthuld, past wat dat betreft ook bijzonder goed bij het lettertype (en vice versa).” Klik hier voor de volledige toespraak van Frank E. Blokland.

Laat

(video van Leonard Nolens tijdens zijn voordracht van Laat)

De dichter van het muurgedicht, de Vlaming Leonard Nolens, droeg vervolgens twee gedichten voor: het “autobiografische” gedicht Plaats en datum uit zijn bundel De gedroomde figuur (1986), en het gedicht Schatplichtig uit De Liefdesgedichten (2012). Vervolgens verrichtten de heren Van Rossum, Baldewsingh, Nolens, Blokland en Heere de onthullingshandeling. We moesten hardop van 1 tot 10 tellen en daar was het dan: in zilveren cijfers zagen we een grote 10. Tenslotte las Leonard Nolens het gedicht Laat voor – traag, zoals het hoorde.

Wethouder Rabin Baldewsingh
Wethouder Rabin Baldewsingh
Theo Heere
Frank E. Blokland
Leonard Nolens
Leonard Nolens

Negende muurgedicht onthuld

Verslag Walter van Teeffelen

De Stichting ArchipelpoëZie gaat voortvarend door met nieuwe muurgedichten. De onthulling van het achtste muurgedicht op de hoek van de Bankastraat en de Atjehstraat hadden we net achter de rug en nu was er al het negende. Het eerste gedicht buiten de Archipel- en de Willemsparkbuurt in het Buurtschap Centrum. Is dit een eenmalig uitstapje of volgen er meer?

De muur bevindt zich in het begin van de Nieuwe Schoolstraat, vlakbij de hoek met de Mauritskade, waar de grote bloemenstal is. De muur is onderdeel van gebouw De Oorsprong, waar Marcel en Susanne Kampman een architectenbureau hebben. Er hing een groot visnet voor gedicht, waar je al een beetje doorheen kon kijken. Het was kort, vier regels en ging over rennen in de duinen. Onder aan de muur was een kleine duinheuvel vol met helmgras en een paar verdwaalde sportschoenen te zien.

Honderd mooiste duingedichten

Toen het goed volgestroomd was met belangstellenden, nam voorzitter Ruth van Rossum het woord. Het ontwerp was weer van Wilmar en Annebel van de Ontwerpvloot, vertelde ze. Er was een bijzondere sponsor gevonden, rederij Jaczon uit Scheveningen, die het visnet ter beschikking had gesteld. Daarnaast hadden waterbedrijf Dunea (helmgras), de Gouden Ton aan de Denneweg en bloemenstal Au Petit Pont een steentje bijgedragen. De letter – de Productus – is ontworpen door Pter van Blokland. Van Rossum dankte ook de Gemeente Den Haag en Fonds 1818 voor hun financiële bijdragen aan het project.

Het gedicht ging inderdaad over de duinen en het kwam goed uit dat het Haags Historisch Museum nog tot 15 september de tentoonstelling Op ’t duin heeft, waarin kunstwerken en gedichten over duinen zijn gecombineerd. Ruth gaf het woord aan Marco van Baalen, directeur van het museum. ‘Leuk dat ik reclame mag maken voor de tentoonstelling’, begon hij. ‘Op een dag kwamen Nicolaas Matsier en Helmi Goudswaard op bezoek. Ze vonden het de hoogste tijd dat er een bloemlezing over duingedichten kwam.’ Hij vond het een goed idee, betrok het Letterkundig Museum erbij en vulde het verder in met passende beeldende kunst. En er verscheen een mooi boek bij, uitgegeven door uitgeverij Thóth met een bloemlezing van de honderd mooiste gedichten en essays over het duinlandschap, met de titel ‘Op ’t duin – 100 duingedichten en 100 duingezichten’. Het gedicht van Hélène Gelèns, de auteur van het gedicht, stond er niet in, helaas. ‘Het staat er wel in’, reageerde zij. Van Baalen: ‘Zo zie je maar weer dat een directeur het zo druk heeft dat hij niet alles in de gaten kan houden.’ Hij was blij dat er inmiddels op zoveel plekken in de stad gedichten te zien zijn om ons te laten verwonderen.

Spelletje

Toen gingen we een spelletje spelen, een quiz. Iedereen moest mee doen. Ruth was de quizmaster. Ze stelde vijf vragen met twee mogelijkheden. Het terreintje was in twee vakken verdeeld. Koos je voor de ene mogelijkheid dan moest je naar het ene vak, koos je voor de andere, dan moest je naar het andere. De vragen waren niet al te moeilijk, gezien het aantal mensen dat alles goed had. Van wie was het eerste Archipel muurgedicht? Was het de bedoeling dat er alleen maar gedichten van Hagenaars komen? Wat was de leidraad: een schreefloze letter, of een letterontwerp van de KABK in navolging van Gerrit Noordzij? De winnaars van de hoofdprijs, velen dus, mochten wat helmgras meenemen. De winnaars van de troostprijs mochten een wandeling maken langs alle negen muurgedichten of Maurits Burgers bellen, de muurgedichtengids.

Navajo indianen

Het woord was aan de dichter, Hélène Gelèns. ‘Een echte Belgische naam’, merkte mijn buurvrouw, die de schoonmoeder van Ruth bleek te zijn, op. Het was echter geen Belgische, maar een echte Nederlandse, hoorden we toen ze haar eerste woorden sprak. Het gedicht kwam uit haar bundel zet af en zweef, waarvoor ze in 2010 de Jan Campertprijs gewonnen had. Het was haar eerste gedicht dat op een muur verscheen, vertelde ze. Ze vond het mooi dat op de plek van de muur vroeger een duin lag. ‘Het gedicht (in ongeremd rennen) is geïnspireerd door een mythe van de Navajo Indianen, hun voorouders ‘liepen’ de bergen te voorschijn. In de bundel staan vele ‘rengedichten’, en dan rennen in de zin van kinderlijk rennen.’

Wat een mooie zijmuur heeft u

Ze las nog een gedicht voor over rennen in het Vondelpark en wat gedichten uit haar laatste bundel , applaus vanuit het donker, en daarna werd het gedicht onthuld met aan de touwen de dichter aan de ene en architect Marcel Kampman aan de andere kant. Kampman vertelde nog even dat hij er erg blij mee was, al had hij een beetje raar opgekeken toen Jan Hein Schouw van de stichting hem de eerste keer de vraag stelde ‘Wat een mooie zijmuur heeft u, mogen we er wat mee?’.

Frans van der Leeuw van Vrienden van de Hofvijver vertelde nog even dat op 29 augustus de Hofvijver Poëzieprijs zou worden bekend gemaakt. Het thema was aansluitend, ‘Op ’t duin’.

https://wandelenmetmaup.wordpress.com/
http://hofvijver.weebly.com/hofvijverpoeumlzieprijs.html

Dromen in Den Haag: muurgedicht Constantijn Huygens onthuld

Op 28 maart 2015 onthulde de Archipelbuurt zijn achtste muurgedicht: Dromen, van Constantijn Huygens, uitgevoerd in de letter Versa van ontwerper Peter Verheul.

Anja Figee en Ankie Jansen, bewoonster respectievelijk huurster van het pand, knipten de rood-witte linten door die kruiselings over de gehele muur waren gespannen. Grote rode ballonnen vlogen op en trokken de linten op, waardoor het gedicht volledig zichtbaar was.
Aan Ankie en Anja, en aan Joop Bender, muureigenaar, dankt de stichting deze nieuwe gedichtenmuur. En aan de Gemeente Den Haag en Fonds 1818, die het ArchipelpoëZie-project financieel steunen.

Aan de onthulling ging een intensieve zoektocht naar de voor deze muur meest geschikte versie van het gedicht vooraf. Huygens-kenners Ad Leerintveld, conservator moderne handschriften in de Koninklijke Bibliotheek, en Frans Blom, docent en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam, adviseerden de Stichting ArchipelpoëZie hierbij. Uiteindelijk werd niet gekozen voor de oorspronkelijke versie,

Droomen

Ick denck 's daeghs of ick droomd', ick droom 's nachts of ick saegh:
Waer 't 's nachts soo doncker niet, en niet soo licht by daegh',
'Ksagh qualick uyt den droom van desen droom te komen,
Of mijn droom dencken is, of mijn' gedachten droomen.

maar voor deze moderne schrijfwijze die toch zoveel mogelijk de oorspronkelijke versie benadert:

Dromen

Ik denk overdag alsof ik droomde, ik droom ’s nachts alsof ik zag.
Was het ‘s nachts zo donker niet, en niet zo licht bij dag,
ik zag moeilijk uit de droom van deze droom te komen:
of mijn droom denken is, of mijn gedachten dromen.

Het was een gure dag met heftige windvlagen. Toch waren velen naar de onthulling gekomen. Na de openingswoorden van Ruth van Rossum, voorzitter van ArchipelpoëZie, gaf Frans Blom een boeiend mini-college over Huygens. Vanaf de verbinding van Huygens met Den Haag, voerde Blom de aanwezigen via Huygens’ opvattingen over architectuur en stedenbouw, het decor van de Gouden Eeuw, en nieuwe wetenschappelijke inzichten van die tijd, naar Huygens’ poëzie, zijn gedichten met het thema dromen, en het muurgedicht in het bijzonder. Blom duidde het muurgedicht door te vertellen hoe essentieel zien was voor de zeventiende eeuw. Met zijn droomgedichten wilde Huygens de filosofische vraag “wat is waar” oproepen: is een droom wel een droom, en is de werkelijkheid die we waarnemen en voor waar nemen, wel echt waar? Hij citeerde daarbij nog een ander droomgedicht van Huygens:

Dromen

Twee werre-werelden bewoon ik overhands:
een die ’t volkomen is, een andere bijkans.
’s Daags vind ik mij in de een, ’s nacht dunk ik mij in de ander.
In arbeid en in ernst gelijken ze malkander.
Dit scheelt het: deze zie ’k, die droom ik dat ik zie.
Of is deez’ mogelijk zo wel een droom als die?

Vervolgens liet Peter Verheul, ontwerper van de Versa, de aanwezigen kennismaken met de bijzondere wereld van de typografie. Hij plaatste zichzelf en zijn letter in de Haagse School van letterontwerp. Deze stroming begon met Gerrit Noordzij, die in 1960 ging doceren aan de KABK, en bracht vele beroemde ontwerpers en letters voort. De Versa wordt getypeerd als “menselijk” en “springerig”. Verheul legde met beeldmateriaal uit hoe de letter in elkaar zit en wees op het onopvallende golven, de asymmetrie, en de “klompjes”. De Versa is een bekende letter, al zijn we ons dat niet bewust: het is de letter van de Rijksoverheid. De hele Versa-familie van letters bestaat uit 30.000 karakter die, in een periode van vijftien jaar tijd, stuk voor stuk werden ontworpen.

Tot slot een bijdrage van het Haagse Dichtersgilde. Frederike Kossmann, het jongste lid van het Gilde, won in 2013 de Haagse Scholenslam en bereikte vervolgens de finale van het Nederlands Kampioenschap Poetryslam. Zij is regelmatig te gast op literaire podia en festivals. Geïnspireerd door Dromen schreef ze ter gelegenheid van de onthulling een eigen gedicht met de prachtige titel Slaapverdronken:

Slaapverdronken

Alsof de nacht me, de adem benemend met een kussen, bij zich probeert te
houden
Op de achtergrond
lijkt de dag zomaar zonder mij begonnen

Er drijft een stem in de lucht
gedachten lopen achter de tijd aan
vechten naar de oppervlakte

Het antwoord zakt terug de rust in
vingers tasten
dachten te weten
Bleken
verdronken in de slaap
in de slaap verdronken

Na de feitelijke onthulling, waarbij rood witte linten en rode ballonnen wild opvlogen in de stormwind, was het tijd voor de borrel. De Exotenhof en het Vlaamsch Broodhuys sponsorden de onthulling door smakelijke versnaperingen aan te bieden. De gasten genoten, ondanks de kou, nog geruime tijd van het gedicht en van elkaars gezelschap.

Muurgedicht Ivo van Strijtem onthuld in Archipelbuurt Den Haag

Op zaterdag 25 oktober onthulde Stichting ArchipelpoëZie haar zevende muurgedicht. Het korte gedicht Regen van Ivo van Strijtem prijkt nu op de zijmuur van Riouwstraat 48. Het gedicht is uitgevoerd in de letter Collis van typograaf Christoph Noordzij.

“Poëzie, patat en prosecco” was het thema van de onthulling. De vele gasten genoten van een afwisselend programma. Frederik Fernhout, samen met Theo Osse eigenaar van de muur, heette iedereen welkom.

Ruth van Rossum, voorzitter van Stichting ArchipelpoëZie, dankte de Gemeente Den Haag en Fonds 1818 voor de financiële ondersteuning en hun “raad en daad”. De muureigenaren kozen het nieuwe muurgedicht uit de bundel De Liefde, jazeker van de Vlaamse dichter, vertaler, docent Engels en bloemlezer Ivo van Strijtem. Annebel Schipper en Wimar Grossouw, de vaste ontwerpers van het muurgedichtenproject, kozen voor de letter Collis vanwege het lichte en ronde karakter.

Axel J. Buyse, Algemeen Afgevaardigde van de Vlaamse Regering in Nederland en vroeger redacteur Buitenland van De Standaard, roemde Van Strijtem als een dichter die met zijn poëzie de zinnelijkheid viert. De verkiezing van het gedicht streelt ons ego, zei hij. Met enthousiasme sprak Buyse over de vele verbindingen tussen België en Nederland. En is het niet zo, dat juist ook kleine verschillen de interesse in elkaar kruiden? Buyse beleeft zijn tweede termijn als diplomaat in Nederland. Hij woonde in het verleden vijf jaar in de Archipelbuurt en bewaart daaraan goede herinneringen.

Tijd voor de onthulling. Van Rossum vroeg de gasten om gezamenlijk de weergoden, die in Van Strijtem’s gedicht zo’n belangrijke rol spelen, aan te roepen. De aanwezigen telden af van 10 tot 0.
En toen sneeuwde het – net als in de laatste regel van het muurgedicht…

Stichting ArchipelpoëZie start in 2015 een educatieproject. Dit in samenwerking met Harry Zevenbergen en Diann van Faassen van het Haagse Dichtersgilde. Zij ontwikkelen met de muurgedichten lessen voor zowel primair als voortgezet onderwijs. De lessen worden komend jaar aangeboden op een aantal scholen. Leerlingen gaan, met de muurgedichten als basis, zelf dichten en voordragen, en gaan poëzie verbinden met andere kunstvormen zoals muziek of beeldende kunst. Als aftrap van deze nieuwe loot aan de stam van ArchipelpoëZie droeg de vijftienjarige Sanne Bartfai, winnares van de Haagse Scholenslam 2014, het nieuwe muurgedicht voor. Vervolgens presenteerde ze het gedicht Letter voor Letter dat zij speciaal voor deze onthulling maakte.

Letter voor Letter

Lerend hoe het leven gaat
Een wereld vol woorden
die we niet begrijpen

Maar leren kennen als
we de bladzijde omslaan
Sprekend met monden
vol nieuwe woorden

Verspreiden de kennis die is opgedaan
Hunkerend naar nieuwe avonturen
En verlangen naar leren in het verhaal op te gaan

Sanne Bartfai

Saxofoonkwartet Basta met solist Daan van Koppen speelde vóór en na de onthullingsceremonie jazzy muziek uit de periode 1900 – 1920. En Bram Ladage zorgde voor verse frites. De aanwezigen waren enthousiast over het muurgedicht en het gevarieerde programma. En zeker ook over het feestelijke samenzijn van zoveel verschillende mensen, waardoor de onthulling tot nieuwe ontmoetingen en verbindingen leidde.

De Stichting is ondertussen alweer bezig met de voorbereidingen voor een aantal nieuwe muurgedichten in 2015.